|
|
 |
|
Tipboek Muziek op papier (basistheorie) is een handi-ge en
helder geschreven gids met alles wat je nodig hebt om muziek
te kunnen lezen en om inzicht te krij-gen in het systeem
achter de noten op papier. Geen droge theorie, maar
makkelijk leesbare tekst met tallo-ze voorbeelden die je zo
kan spelen, zelfs als je nu nog geen noot kan lezen. Over
accenten, alla breves en afterbeats, kruisen, kwarten en
kwintolen, punten, plops en pitch bends, scoops, sforzando’s
en sleu-tels, en over triolen, tremolo’s en transponeren -
en nog veel meer. Voor elke stijl, voor elk niveau en voor |
|
|
|
alle instrumenten. Geschreven in
samenwerking met musici, klassieke en popdocenten en andere
experts, en aanbevolen door violist en docent Theo Olof,
gitarist en arrangeur John van der Veer en theoriedocent
Heske Ber-kenkamp (Utrechts conservatorium). Hieronder lees
je een greep uit de meer dan 2.000 alinea’s die het boek
telt.
Het heeft lang geduurd, maar het
blijkt toch te kunnen: een makkelijk leesbaar,
overzichtelijk boekje over muziektheorie.
– Heske Berkenkamp
Zelden is zoveel informatie over dit
lastige onderwerp zo compleet, zo compact en vooral zo
helder in één boekje terechtgekomen.
– John van der Veer
Dissonant en Consonant
Intervallen zijn onder te verdelen in dissonante en
consonante intervallen.
Dissonant betekent letterlijk ‘niet samenklinkend’. De tonen
van de dissonan-te intervallen wringen een beetje met
elkaar. Ze zijn niet per se vals, lelijk of minder mooi,
maar ze geven een gevoel van spanning. Het zijn de kleine en
de grote secunde, de kleine en de grote septiem, en de (enharmonisch
gelij-ke) overmatige kwart en verminderde kwint. Consonant
is het tegenoverge-stelde van dissonant. De tonen van de
consonante intervallen versmelten als het ware met elkaar.
Ze geven de ‘ontspanning’ waar de dissonante intervallen om
lijken te vragen. De consonante intervallen worden nog
ver-der onderverdeeld in volkomen en onvolkomen consonante
intervallen. Die namen geven het klankverschil heel goed
aan. De volkomen consonante in-tervallen zijn de reine
prime, kwart en kwint en het reine octaaf. De onvolko-men
consonante intervallen zijn de grote en de kleine terts, en
de grote en kleine sext.
(Ont)spanning
In muziek wordt veel gespeeld met spanning en ontspanning:
de spanning van een dissonant interval moet opgelost worden
door een consonant inter-val. Een eenvoudig voorbeeld hoor
je als je eerst C-Fis tegelijk speelt, en daarna C-G. Als je
je verdiept in dat spel van ontspanning en spanning, ben je
bezig met wat harmonieleer heet, ofwel met hoe muziek
harmonisch in elkaar zit. Vooral als je zelf nummers
schrijft of bewerkt, is het handig om iets van harmonieleer
te weten. In dit Tipboek wordt hier verder niet op inge-gaan.
Als je intervallen op het gehoor kan herkennen, en als je ze
in je hoofd kan ‘horen’, kan je je zonder instrument bij de
hand toch voorstellen hoe ak-koorden of melodieën klinken.
Ook om zelf muziek te schrijven, of om de mu-ziek die je
hoort op papier te zetten, is het makkelijk als je de klank
van inter-vallen in je hoofd hebt zitten. Als je nummers van
anderen probeert na te spelen zonder de muziek erbij te
hebben, leer je bijna vanzelf om intervallen te herkennen.
Je kan er ook echt voor gaan zitten: laat bijvoorbeeld
iemand anders intervallen spelen en probeer ze te herkennen.
Dan ben je bezig met solfège-oefeningen, in vaktermen.
Solfègeoefeningen zijn ook te koop op cassettes en cd’s, en
er zijn solfègeprogramma’s die je op je computer kan
draaien.
Voorbeelden
Je onthoudt een interval het makkelijkst als je een nummer
kent dat met dat interval begint. Hier zijn wat voorbeelden.
-
Kleine secunde: The Windmills of
your mind (Michel LeGrand); Symfonie no. 40 (W.A.
Mozart)
-
Grote secunde: Vader Jacob; Klap
eens in je handjes
-
Kleine terts: Greensleeves; Rawhide
tune
-
Grote terts: Oh, when the saints;
In een groen, groen knollenland
-
Reine kwart: Wilhelmus; Zie ginds
komt de stoomboot
-
Overmatige kwart: Maria (Westside
Story; Leonard Bernstein)
-
Reine kwint: Altijd is Kortjakje
ziek: It ain’t necessarily so (Gershwin)
-
Kleine sext: Black Orpheus / Orpheu
Negro (L. Bonfa)
-
Grote sext: Take the ‘A’ train (Billy
Strayhorn); Berend Botje; My Bonnie lies over the ocean.
-
Kleine septiem: Somewhere: There’s
a place for us (Leonard Bernstein)
-
Grote septiem (dalend): I love you
(Cole Porter); Star Trek-tune
-
Octaaf: Somewhere over the rainbow
Meer weten?
Meer weten over de basistheorie van de muziek, inclusief een
minicursus transponeren? Lees Tipboek Muziek op papier!
Bestellen ...
|
|