|
|
vullende hoofdstukken over de familie en
de geschiedenis van de fluit en nog veel meer. Geschreven in
samenwerking met fluitisten, bouwers, do-centen, reparateurs
en andere deskundigen, en aanbevolen door Abbie de Quant,
Eleonore Pameijer en Peter Guidi. Onderstaand lees je een
fragment over het mechaniek. Een greep uit de meer dan 1400
alinea’s die dit boek telt.
Inspirerend, handig en
overzichtelijk. Een aanrader voor amateur,
conser-vatoriumstudent en professional.
– Eleonore Pamijer
Het mechaniek
Het mechaniek of de applicatuur van een fluit bestaat
uit een hele serie kleppen, uit veertjes die ervoor zorgen
dat die kleppen weer open- of dicht-gaan en uit een heel
stel asjes, kurkjes en andere kleine onderdelen. Het
mechaniek is erg kwetsbaar. Vooral met de kleppen en met de
lange assen moet je voorzichtig omgaan. Vaak zit er in zo’n
as nog een dunnere as, die dan weer een ander klepje
bedient. De lange as van de Dis-triller zit bijvoor-beeld ín
de as van de D-triller. Krijgt de ene as een stootje, dan
werkt de andere al snel niet meer. Veel kleppen werken samen
met andere kleppen. Druk je bijvoorbeeld de D of de E in,
dan gaat ook de Fis-klep mee. Die klep-pen moeten natuurlijk
meteen meegaan, en niet iets later. Dat kan je makkelijk
zelf controleren. Probeer ook alle andere kleppen en
combinaties.
Perfect
sluiten
De kleppen mogen niet te ver of te weinig opengaan, ze mogen
niet te zwaar of te licht lopen, en het allerbelangrijkste
is dat ze de toongaten per-fect moeten afsluiten. Is dat
niet zo, dan kan je een of meer tonen niet meer goed spelen,
of helemaal niet meer. Hoe je dat test, lees je in hoofdstuk
5 van Tipboek Dwarsfluit en piccolo. Op de meeste
instrumenten zit een stel kleine schroefjes waarmee de
kleppen precies af te stellen zijn. Soms zie je die
stelschroefjes duidelijk zitten, soms zijn ze listig
verborgen. Verborgen schroefjes zijn iets minder makkelijk
af te stellen – en dus ga je er zelf ook minder snel aan
draaien. Een tip: laat ook niet-verborgen schroefjes liever
met rust. Afstellen is vakwerk. Dure fluiten hebben vaak
geen stelschroef-jes, en soms kan je kiezen: met of zonder.
Een mechaniek zonder schroef-jes hoeft meestal minder vaak
afgesteld te worden, maar het afstellen is wel meer werk.
Nog een overweging: als er onderweg iets fout gaat en er
geen reparateur in de buurt is, kan het heel handig zijn om
wel stelschroef-jes te hebben. Dan kan je het in elk geval
zelf proberen.
Bumpers
Op een paar plaatsen, zoals onder de Dis-hevel en onder de
trillerklephe-vels, zitten kleine bumpertjes. Die voorkomen
dat je die hevels te ver indrukt. Kurken bumpertjes zijn
meestal ietsje stiller dan die van kunststof, maar ze gaan
minder lang mee en ze zijn duurder dan kunststof exemplaren.
Als je de lange assen bekijkt, zie je bij de meeste fluiten
een aantal kleine, zwarte pinnetjes zitten. Er zijn maar een
paar merken die liever een mechaniek bouwen zonder die
pinnetjes. De voordelen van een pinless mechaniek? Je
kan er met je kleren of je vingers niet aan blijven hangen,
en omdat er minder gaatjes in de assen zitten, blijft de
olie die daarin zit z’n werk beter doen en komt zweet en
ander vocht er minder snel bij. Bovendien zijn er bepaalde
kleppen die met zo’n mechaniek minder snel zouden blijven
hangen; de Bes, bijvoorbeeld.
Ribloze
Piccolo's
De assen van het mechaniek zijn bevestigd aan mannetjes,
pilaartjes of zuiltjes, die vrijwel altijd op
twee, drie of meer metalen strips (ribben) zijn
gesoldeerd. Vroeger werden de zuiltjes ook wel rechtstreeks
op de fluit gesoldeerd, zonder die ribben. Tegenwoordig
gebeurt dat eigenlijk alleen nog maar bij sommige goedkopere
metalen piccolo’s. Die zijn zo iets sneller te maken, maar
ook iets kwetsbaarder.
Meer weten?
Meer weten over je instrument? Lees dan Tipboek Dwarsfluit
en Piccolo!
Bestellen ...
|
|