|
|
|
|
| |
|
Adem is Overal
|
|
|
|
|
|
|
|
De haat/liefde-verhouding van
zangers met adem
|
|
|
|
Adem houdt zangers bezig. Waarom is het zo moeilijk contact
te krijgen met de adem? Valt ademsteun wel te leren en wat
betekent zingen op de stro-mende adem eigenlijk? Ik ben in
mijn werk de afgelopen jaren veel uitspraken over de adem
tegengekomen. Een aantal daarvan verdient uitleg.
'De adem bij het zingen is precies
hetzelfde als in het dagelijks leven'
Ja, althans de inademing. Maar dit geldt alleen als de
zanger een goede hou-ding heeft. In de praktijk zie ik vaak
zangers met een ingezakt borstbeen. Ze halen te weinig
rendement uit de inademing nog voordat ze één noot gezon-gen
hebben. Een goede houding is belangrijk, evenals een goede
inademing. Ze scheppen de voorwaarde voor het zingen.
Bekende valkuilen bij de in-ademing zijn:
- te hoog inademen: de borstkas trekt omhoog, de buik trekt
in en de lucht komt alleen in het bovenste deel van de
longen. Je hebt dus minder adem tot je beschikking, je zingt
in een smal en opgeduwd keurslijf. Deze spanningen werken
door naar de keel. Te hoog inademen komt veel voor. We doen
het allemaal wel eens: door stress ademen we steeds hoger en
oppervlakkiger.
- te laag inademen: in dit geval laat de zanger bij de
inademing de borstkas inzakken. Ook hierdoor krijgt de
zanger minder adem in zijn longen. En er komt druk op het
middenrif en de onderbuik (neerwaartse druk in plaats van
opwaartse druk zoals bij te hoge inademing). De zanger
verslapt en heeft het gevoel dat de adem in de buik moet
komen (immers: buikademhaling/laag ademen) in plaats van in
de longen;
- te veel inademen: de zanger voelt zijn grens niet en pompt
zichzelf op: nadat de adem aanvankelijk goed naar binnen is
gestroomd, gaat hij door met inademen, de ribben zetten te
ver uit, de adem kruipt omhoog en het lichaam staat strak.
Het is lastig te voelen wanneer je over de grens gaat. Adem
is immers niet mechanisch, maar organisch: je kunt meer of
minder inademen. Omdat dit voor iedereen verschillend is, is
het goed dit samen met je docent vast te stellen. Als de
adem natuurlijk binnenkomt, vullen de longen zich optimaal
en hierdoor krijgt het lichaam naar alle kanten ruimte en
vita-liteit.
|
|
|
|
 |
|
Het zingen zelf doe je op de uit-ademing: de adem loopt het
lichaam uit en kort daarop reageert het lichaam door niet
met de uit-ademing mee te gaan sluiten, zo-als in het
dagelijks leven het geval is. Het middenrif daalt in plaats
van dat het weer terug omhoog veert en reguleert hiermee de
adem
(= ademsteun). Als deze balans – die overigens steeds
verandert met de dynamiek, toonhoogte en kleur – er is, dan
stroomt de adem. Er is dus wel degelijk sprake van een
besturingsmechanisme tijdens het zingen. Wie bij het zingen
de adem laat weglopen, loopt leeg en de adem stroomt niet. |
|
|
|
'De adem komt overal in je lichaam'
Het hangt ervan af hoe je dit ziet en vooral hoe je dit
formuleert. Er moet hier een onderscheid worden gemaakt
tussen de adem die in de longen komt, en de zogeheten
‘ademruimtes’. Ademruimtes zijn alle ruimtes die open kunnen
gaan ten gevolge van de adem die is binnengekomen. Dat zijn
allereerst de verschillende holtes in het lichaam, zoals
buikholte, borstholte, keelholte. Om deze holtes te laten
uitzetten, zijn spieren nodig, bijvoorbeeld de
tussenrib-spieren en de strottenhoofdspieren. Eigenlijk
groeit het lichaam, binnen zijn elasticiteit, overal. Je zou
in die zin kunnen zeggen dat de adem overal in je lichaam
komt. Tijdens het zingen probeer je al deze ruimtes in
verbinding met elkaar open te houden. Dat betekent voor de
adem dat ze een circulatie-circuit aflegt door je hele
lichaam (het verticale gevoel tegenover het hori-zontale,
zie het artikel ‘Adem is als de wind’, Liedvriend 4, 2006).
Ook hier komt je houding om de hoek kijken: overal waar je
ingezakt of overstrekt bent, stagneert de ademstroom.
'Je hoort je adem te sparen bij het
zingen'
Nee, maar ook dit is een kwestie van formuleren. De adem
moet gul, zonder voorbehoud worden gegeven. Sterker nog: je
moet jezelf als zanger aan deze stroom overgeven. Zangers
die bewust hun adem tegenhouden, hou-den een verkeerde
controle vast. Hun zingen klinkt te beheerst, de klank is
begrensd, ze kunnen moeilijk legato zingen en lopen al snel
achter, omdat de adem vooruit hoort te lopen op de klank.
Anderzijds is er wel sprake van beheersing, doordat de adem,
die in principe direct via de mond onbelem-merd naar buiten
wil, contact vindt met het middenrif dat gaat reguleren.
Deze beheersing is goed en voorkomt dat een zanger te wild
zingt en met te veel lucht.
'Je moet tijdens het zingen de adem
laag houden'
De adem laag houden tijdens het zingen is een uitspraak die
vaak verkeerd begrepen wordt. De adem verplaatst zich door
het lichaam. Hierop reageren de stembanden en dus de klank.
Door de verplaatsing en de vaart van de adem, voedt de adem
de stem, en dus de klank. De adem laag houden bete-kent
meestal dat je de adem gaat vastzetten, gaat tegenhouden en
dat is juist niet de bedoeling. Wat er bedoeld wordt, is dat
je laag in je lichaam blijft, door je middenrif goed te
gebruiken. Dat houdt de klankkast open tot op je bekkenbodem
terwijl je misschien een hoge toon zingt. Als het goed is,
ervaar je deze toon dan ook niet als hoog. Het is dus niet
zozeer een ademervaring, maar een lichaamservaring: je stelt
je instrument in.
'Ademsteun is het middenrif laag
houden'
Ja, dat heeft er wel mee te maken, maar het is niet het héle
verhaal … Het middenrif gaat een spel aan met de uitademing,
waarbij het moet leren lager ingebed te blijven, terwijl de
adem wel uitstroomt. Wie aan ademsteun wil werken, werkt dus
tegelijkertijd aan de adem en aan de steun (=onder-steuning)
en moet leren hoe deze twee elkaar in balans houden. Het is
lastig deze koppeling te leren voelen. Het belangrijkste is
om het middenrif laag te houden en niet te vertalen in het
opzij duwen van je buik. Hiermee zet je deze grote spier
vast en daarmee ook de adem. Bij het leren lager houden van
je middenrif is het belangrijk dat je het principe kent van
waaruit je het middenrif kunt aansturen of bespelen,
namelijk vanuit zijn elasticiteit. Je kunt het middenrif
binnen de grenzen van zijn eigen elasticiteit leren rekken
naar beneden. Hiervoor is een lichte weerstand nodig. Als je
bijvoorbeeld je hand op een skippybal legt, kun je deze
zachtjes naar beneden laten veren in plaats van je hand in
de bal te duwen. Het middenrif is een soort jojo die je van
bovenaf bedient en die je van daaruit reguleert. Als je dit
kunt, blijft je klankkast open zonder iets vast te zetten.
Dan klinkt je stem vol en veerkrachtig, maar druk je niet.
'Ademsteun is moeilijk te leren'
Ademsteun is goed te leren. Ademsteun is niet vaag, maar
gaat over dingen die in je lichaam voelbaar of hoorbaar
zijn. Maar als je niet bij de gelukkigen hoort bij wie het
vanzelf goed gaat, is er aandacht voor nodig. Zangers we-ten
niet altijd waar hun middenrif zit. Ze wijzen naar een plek
laag in de buik, terwijl het juist aan de voorkant hoog
aangehecht zit, daar waar de twee ribbenbogen samenkomen in
het midden. Nog minder zangers weten dat het middenrif aan
de achterkant uitloopt via lange, sterke spierbundels en
aan-gehecht zit aan je laagste rugwervels. Als je je
middenrif wilt leren bespelen en wilt verbinden aan je adem,
is het goed deze aanhechtingspunten te ken-nen, omdat het
middenrif hier het duidelijkst voelbaar reageert. Hoewel je
je ademsteun in het dagelijks leven heel vaak goed gebruikt
zonder dat je het weet, bijvoorbeeld als je schreeuwt of
lacht, lijk je het bij zingen bewust te moeten aanleren. Het
moet in je systeem komen en geautomatiseerd raken. Pas dan
hoef je er niet meer steeds aan te denken en werkt het tóch.
Met adem is dus goed contact te krijgen als ze verbonden is
aan je lichaam en van daaruit aan de stem. Dan zing je heel
gemakkelijk en voel je de stroom. Een zanger is zijn eigen
instrument. Dat wordt gemakkelijk gezegd, maar het heeft
veel consequenties.
© Hetty Gehring
Dit artikel werd gepubliceerd in De Liedvriend, jaargang
2007, nr.4
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
| |
Artikelen Zoeken
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Adem
|
|
| |
|
|
| |
Het grootste misverstand dat er over adem bestaat, is dat
je er bij het zingen zuinig mee om moet springen. Adem moet
juist gul en zonder enig voorbehoud gegeven worden, want
adem is het voedsel van de stembanden. Als adem langs de
stembanden wordt gevoerd, gaan ze trillen. Hiervoor heeft de
adem vaart nodig, want daardoor komt hij in beweging en kan
hij in beweging blijven. Het is net als bij de wind: je kunt
de wind niet zien, totdat het gaat waaien en de bladeren
gaan bewegen. Waait het zacht, dan worden de bladeren een
beetje van de grond opgetild, stormt het, dan waaien ze hoog
op. Op dezelfde wijze reageren de stembanden op de
hoeveelheid adem die erlangs loopt én op de snelheid ervan.
|
|
|
|
|
| |
Hetty Gehring
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
| |
Hetty Gehring is zangdocente en heeft sinds 2003 Het
Zangatelier in Utrecht. Ze werkt met gevorderde zangers en
specialiseerde zich in het zingen op de stromende adem. Van
daaruit ontwikkelde ze de cursus ‘Adem stroomt’, die ze in
verschillen-de werkvormen geeft. Ze maakte die cursus op
basis van haar zangoplei-ding bij Margreet Honig aan het
Sweelinck Conservatorium in Am-sterdam, haar lessen bij
Maarten Koningsberger en het samenwerken met ademtherapeute
Regine Herbig, auteur van het boek 'De Adem, bron van
ontspanning en vitaliteit' (De Toorts, 2003). Voor meer
informatie over de cursussen en zanglessen, zie:
www.ademstroomt.nl en
www.zangatelier.nl of bel:
030-2513397 (Het Zangatelier).
|
|
|
|
|
| |
Artikelen Aanmelden
|
|
| |
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|