|
|
|
|
| |
|
Baard in de Keel
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
Als jochie zingen ze de sterren van de hemel, totdat de baard
in de keel een hardhandig einde maakt aan hun vocale
prestaties. De glasheldere hoge g maakt plaats voor een
roestige, gebroken bromtoon. Jongenskoren, wereld-wijd,
kampen met het bijzondere natuurverschijnsel dat
'stemmutatie' heet.
Recent luidden Engelse kathedraalkoren de noodklok, omdat de
jongens-sopranen steeds eerder de baard in de keel krijgen
als gevolg van een vervroegde puberteit. Deskundigen
vermoeden dat deze wordt veroorzaakt door veel vet eten en
ongezonde leefgewoonten. Het resultaat is dat de
wereldberoemde koren niet alles meer kunnen zingen wat ze
willen en hun toprepertoire moeten vereenvoudigen.
Holland Boys Choir
Een van de bekendste jongenskoren in Nederland is het
Holland Boys Choir (HBC). In de dertig jaar dat Pieter Jan
Leusink het HBC dirigeert, leidde hij zo’n 700
jongenssopranen, sommigen al vanaf hun vijfde, zesde, op.
„Ik merk dat de overgang van jongensstem naar mannenstem
juist later plaats heeft als jongens hun stem door
intensieve training goed hebben leren ge-bruiken. Dat moment
kan verschuiven van 12, 13 jaar naar 14, 15, 16 jaar.
Sommigen muteren nauwelijks hoorbaar. Hun stem verkleurt,
maar ze ken-nen geen echte ”break”. Anderen hebben dat juist
wel. Die houden twee, drie tonen over. Als je dan toch graag
wilt blijven zingen, is dat natuurlijk heel vervelend.
Vergelijk het met een voetballer die z’n rechterbeen mist.”
Leusink dist een anekdote uit z’n eigen praktijk op. „Ik had
een jongen van 11 op koor die bijna zo ver was dat hij solo
kon gaan zingen. Op een dag ging hij soldaatje spelen; hij
liep constant te schreeuwen. Aan het eind van de middag
was-ie z’n stem kwijt. Direct daarna begon hij in
recordtempo te muteren. Zo snel kan het dus gaan.”
Onvoorspelbaar
Op welk moment een jongen de baard in de keel
krijgt, hoe lang die periode duurt en welke stem hij daarna
terugkrijgt; het zijn volgens Leusink onvoor-spelbare zaken.
„Feit is dat bij het HBC negen van de tien jongens
verdwij-nen in die periode. Dat is soms best frustrerend. Ik
steek veel energie in hun opleiding. Aan de andere kant ben
ik ook blij dat ze niet allemaal blijven.” Lachend maakt hij
een rekensommetje: „Dan had ik nu 350 tenoren en 350 bassen
gehad.” Jongens vanwege de baard in de keel wegsturen, doet
Leusink niet. „Ook al zouden ze de koorklank negatief
beïnvloeden, so what, denk ik dan. Ik ben veel te zuinig op
ze.” Aan een speciale baardklas, zoals het Sacramentskoor in
Breda kent, heeft de Elburger dirigent geen behoefte. „Ik
heb nooit gemerkt dat zoiets nodig is. Bovendien haal je
jongens uit de groep, je geeft ze een aparte status, terwijl
ze niets liever willen dan op koor blijven en concerten
meezingen.”
Geen bedreiging
Leusink, die op dit moment zo’n twintig jongenssopranen
opleidt, ervaart de stemmutatie niet direct als een
bedreiging voor zijn koor. „Die hoort erbij. Het is wel een
probleem om aan nieuwe jongens te komen. Ouders hebben geen
tijd meer om hun kinderen drie keer per week naar koor te
brengen, kinderen zelf zijn drukker geworden, zingen is niet
populair en de mentaliteit wordt steeds individualistischer.
Ineens afhaken op koor of vlak voor een concert afbellen
omdat het niet uitkomt, is tegenwoordig normaal. Dertig jaar
geleden was dat anders.” |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
| |
|
Sacramentskoor
Dirigent Henri de Graauw van het Sacramentskoor in Breda is
positief over de „baardclub”, zoals hij de groep jongens met
stemmutatie noemt. „Ik repe-teer een halfuur per week, doe
allerlei oefeningen met ze en let vooral op wat er
zangtechnisch binnen hun bereik ligt. Veel neuriën, op ”noe”
zingen en stukjes met niet al te grote intervallen. Deze
jongens kunnen gerust blij-ven zingen, praten doen ze per
slot van rekening ook, maar je moet wel goed kijken naar wat
mogelijk is en de stem vooral niet forceren.” Van
stig-matisering heeft De Graauw nooit iets gemerkt. „We
hechten eraan dat de jongens in de baardclub het met elkaar
gezellig hebben. Natuurlijk blijft die stemmutatie iets
vervelends, zeker als je jaren met veel plezier en op hoog
niveau gezongen hebt. De baardclub heeft in die zin ook een
sociale functie. Als jongens de baard in de keel krijgen,
hoeven ze niet ineens van het koor af, maar kunnen ze rustig
afbouwen.”
Eerder later dan vroeger
De Graauw, die zo’n 35 jongenssopranen in opleiding heeft,
constateert net als Leusink dat de stemmutatie bij
koorzangers eerder later dan vroeger optreedt. „Ik heb
jongens die pas op hun 16e of 17e de baard in de keel
krijgen. Op dat moment bepalen ze zelf of ze naar de
baardclub willen. Hoe lang ze daar zitten, is per persoon
verschillend. Ook of ze voor het koor behouden blijven. Het
is de tijd in hun leven dat ze druk zijn met school,
vriendinnetjes, hobby’s en een bijbaantje. Sommigen gaan om
die reden van koor af.” De Graauw, die ook dirigent is van
de Choralen, het jongenskoor van de Grote Kerk in Breda, is
blij met elke jongen die na de baardclub be-sluit op koor te
blijven. „De meesten stromen dan in als tenor of bas, een
enkeling als countertenor: mannelijke alt. Ik heb ze er
graag bij. Ze zijn muzi-kaal gevormd, kunnen onder druk
presteren en hebben concertervaring. Bij mannen die van
buitenaf instromen op koor moet je dat allemaal maar
af-wachten.” Op dit moment heeft De Graauw zes jongens in de
baardclub. „Dat zijn er niet zo veel, maar ik heb liever zes
gemotiveerde jongens dan twaalf halfwas leden.” |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|
| |
Artikelen Zoeken
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Ervaringsdeskundigen
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
| |
Leusink stak voor het fenomeen ”baard in de keel” zijn
licht op bij ge-renommeerde dirigenten van Engelse en Duitse
jongenskoren. „Het zijn alle-maal ervaringsdeskundigen. Ze
wet-en er veel over te vertellen, maar wat er nu precies
gebeurt, blijft lastig on-der woorden te brengen. Eigenlijk
wel logisch, want de stemmutatie is een hormonale kwestie en
hormonen zie je niet.” Een jongen met de baard in de keel
doet er volgens Leusink verstandig aan z’n stem niet te
zwaar te belasten. „Dus niet schreeuwen of bewust laag gaan
spreken om stoer over te komen. Dat is funest.” Jongens die
in de muta-tiefase zitten, probeert de dirigent zo lang
mogelijk op koor te houden. „Ook al kunnen ze niet meer alle
tonen pakken, ik zeg altijd: blijf gewoon zingen. Ik zie
soms aan de rode gezichten dat het niet helemaal lukt wat
zo’n jongen wil.”
|
|
| |
|
|
| |
Artikelen Aanmelden
|
|
| |
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
| |
|
|
|
|
|
|
| |
|
|
|