|
|
Van operette naar musical
Ed van de Griendt is secretaris van de afdeling
Oost van BOOG, de lan-delijke organisatie voor opera-,
operette- en musicalgezelschappen. Hij vertelt: ‘Onder de
ongeveer honderdvijftig bij ons aangesloten
amateurge-zelschappen zijn zo’n zestig musicalkoren. Om te
overleven hebben veel operettekoren zich de laatste decennia
omgevormd tot musicalkoor. Het operetterepertoire trekt
zangers van vijftig, zestig jaar. Met musical trek je
nieuwe, jonge leden en ook nieuw en jonger publiek. Het
oudere publiek blijft ook wel komen, hoewel dat vaak - als
je er specifiek naar vraagt - liever operette wil.’
Een andere oplossing bij de ‘struggle for life’ is een
musicalafdeling naast het operettekoor opzetten. Toos
Cozijn, vraagbaak van BOOG, zegt hier-over: ‘Zo’n
musicalafdeling moet meer jonge mensen aantrekken. Overigens
is onze ervaring dat de kennismaking met een operettekoor
voor nieuwe-lingen naar meer smaakt! Het verschil tussen
musical en operette zit ‘m in de soort muziek en het type
verhaal. Musical is van deze tijd, operette stamt uit de
eerste decennia van de 20e eeuw en is meestal niet zo
flitsend als musical. Maar het idee is hetzelfde: een
verhaal vertellen in woord, zang en dans.’
Kosten niet mis
Een volledige musical uitvoeren is een hele toer.
Je hebt niet alleen te maken met zangers, maar ook met
kostuums, decor, belichting, orkest. Hoe red je dat
financieel? Van de Griendt: ‘Dat is het grootste probleem.
De meeste gezelschappen voeren een productie drie à vier
keer uit. Je hebt het dan gauw over een budget van zeventig
à tachtigduizend euro. Een deel daar-van wordt opgebracht
door de vaak succesvolle kaartverkoop. Maar verder is het
subsidies aanvragen, sponsors werven en de leden aan het
werk zetten. Ik ken clubs die daar heel actief in zijn: oude
kranten ophalen, bal-pennen verkopen en wat je maar kunt
verzinnen om aan geld te komen. Maar we krijgen ook wel
meldingen van gezelschappen die stoppen omdat ze het
financieel niet rond krijgen.’
In de Randstad worden nieuwe werkvormen opgezet die het
financieel wél redden. Het verenigingsleven wordt er
gaandeweg op een andere leest geschoeid. De wekelijkse
repetities waarin langzaam wordt toegewerkt naar de
uitvoering beginnen te verdwijnen. In plaats daarvan
ontstaan er stichtingen, die meer prestatiegericht en
projectmatig werken. De productie van de musicals wordt
professioneel aangepakt, waardoor er veel publiek op afkomt
en er meer geld binnenkomt.
Fanatiek
Henriette Benzacken regisseert momenteel
‘Footloose, the musical’ bij de SKVR-Musicalschool in
Rotterdam. Deelnemers melden zich aan bij de Stichting Kunst
voor Rotterdammers. De cursisten kunnen eerst het Musical
Basisjaar doen, met toneel-, zang- en danslessen. Daarna
volgt het Musical Productiejaar, waarin zij elke
vrijdagavond vier uur repeteren. Resultaat: een musical in
juni, door een cast van achttien personen in de leeftijd van
18 tot 36 jaar en een combo. De hoofdrollen zingen hele
liedjes solo, de kleinere rollen hebben niet allemaal een
sololijntje. Met zijn allen vormen ze het ‘koor’ en allemaal
dansen ze en spelen ze toneel.
Benzacken, die ook toneelpro-ducties regisseert, is onder de
indruk van het enthousiasme: ‘Ze werken hard en doen het
allemaal naast hun drukke baan. Ik vind musicalspelers een
apart theaterslag, ze zijn hartstikke fanatiek en beleven
alles heel in-tens. Volgens mij heeft dat te maken met zingen
en dansen. Beide kunst-vormen brengen je in beweging, maken
je los, waardoor de emoties directer en dieper worden
geraakt. Dat maakt musical echt anders.’ Wat is kenmer-kend
voor het regisseren van een musical? ‘Het feit dat je te
maken hebt met drie disciplines: spel, muziek en dans. Als
regisseur moet je ervoor zorgen dat die disciplines geen
afzonderlijke eilandjes worden, maar dat ze samen één geheel
worden waarin alles organisch samenkomt, zodat je steeds
hetzelfde verhaal vertelt. Overigens doen de deelnemers
eerst auditie. Som-migen spelen al voor het derde jaar mee.
Er zitten heel goede artiesten bij, die het in de
professionele wereld best zouden redden.’
Zingen en dansen tegelijk
Zanglessen krijgt de SKVR-cast onder meer van zangdocent
Karin Jansen: ‘De solozangers krijgen les in techniek en
interpretatie. De anderen niet, daar is helaas geen tijd
voor. We zijn vooral bezig met het repertoire erin te
stampen, het is best pittige muziek. Op veel plekken wordt
er vijfstemmig gezongen en het is niet voor iedereen
makkelijk om zijn partij vast te houden. We oefenen veel op
intentie: hier moet het mooi en zacht klinken, daar mag het
voluit.’ Vereist het tegelijkertijd zingen en dansen nog
speciale oefening? ‘Jazeker! Denk je maar in, je moet je op
verschillende dingen tegelijk concen-treren: op je
danspassen, je tekst, je noten en dan moet je ook nog op een
bepaalde manier kijken. Het belangrijkste is dat je het heel
vaak oefent, zodat de combinaties in je systeem gaan zitten.
Uiteindelijk kun je er dan nooit uitvliegen, omdat je
automatisch weet dat bij deze passen die tekst hoort. Ook
moet je leren je bewegingen aan te passen aan het zingen.
Dus bij voorbeeld anders springen of een stap kleiner maken,
zodat je noten er nog goed uitkomen.’

Dirigeren
Een musical vraagt ook een en ander van de dirigent. Reinier
Bavinck – zelf dirigent van een musicalensemble - leidt de
cursus Musicaldirectie van Stichting Unisono. ‘Een musical
vraagt meer van een koor- of hafabra-dirigent of een
muziekdocent dan hij of zij op school gewend is. Het
belang-rijkste is wel dat je het als dirigent opeens niet
meer alleen voor het zeggen hebt, maar samenwerkt met een
regisseur, choreograaf, decorontwerper en misschien wel een
kostuumontwerper. Dat is geven en nemen. Tijdens de eerste
repetitie waarin geacteerd wordt schrik je je rot. Dan
moeten de zangers van de regisseur allerlei dingen doen
waardoor de zang er naar jouw gevoel niet uitkomt. Dan
ontstaat er een spanningsveld waarin het boeiend en soms
moeilijk laveren is. Je moet leren incasseren en
samen-werken. Uit de voorstelling moet tenslotte één visie
spreken!’ In de cursus gaat Bavinck onder meer op dit aspect
in. ‘We kruipen in de huid van de regisseur, om te leren
zien wat diens standpunt is.’
Lekker moeilijk
In Velp repeteert wekelijks GOOG, het Gelders Opera- en
Operettegezel-schap dat met tachtig zangers op - naar eigen
zeggen – semi-professioneel niveau opereert. In de meeste
van hun optredens zit een blok musicalsongs die ze
semi-scenisch met kostuums en enkele rekwisieten opvoeren.
En er wordt bij gedanst. Anders dan het SKVR-ensemble is
GOOG een vaste club. Secretaris Tineke Ouwendijk: ‘De
ambitie is groot. Wij genieten als we een pittige repetitie
hebben, een flink aantal leden heeft zangles en we
organiseren ook scholingscursussen. De musicalblokken worden
uitge-voerd door een tiental solisten uit het koor. Voor het
uitvoeren van een hele musical zijn wij te groot.’ GOOG
heeft geregeld nieuwe aanwas. ‘Dertig leden zijn onder de
veertig jaar, dat is toch mooi? Mannen aantrekken blijft
moeilijk; zij komen vooral via de website bij ons terecht.’
Toneelbedrevenheid
GOOG bekostigt de operaproducties op verschillende manieren.
‘We pro-beren via fondsen subsidies te krijgen, verkopen
kaarten aan bedrijven en zijn heel actief met het verkopen
van concerten aan theaters, personeels-verenigingen,
bedrijven en organisaties. Met zo’n dertig uitvoeringen per
jaar houden we onze toneelbedrevenheid op peil, echt
zenuwachtig zijn we niet meer. En die brengen geld in onze
spaarpot voor de dure producties.’ On-langs organiseerden de
jonge leden van GOOG Idols Klassiek, waarop buitenstaanders
zich konden inschrijven. De meeste mededingers zongen
musicalsongs. Aan het eind van een weekend vol zang- en
speltrainingen konden zij zich presenteren en werd bepaald
wie de klassieke Idol 2006 werd. ‘Een heel leuk en geslaagd
evenement. En we hebben er ook een paar nieuwe, jonge leden
aan overgehouden!’
Bron:
Claar Urbanus,
Zing Magazine |
|