|
|
|
|
| |
|
Zingen in de Klas
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
De erosie van het muziekonderwijs in Nederland is niet te
stuiten. Hier en daar zijn er gelukkig basisscholen die
zingen in de klas nog hoog in het vaandel hebben staan.
‘Zingen doet wat met de kinderen.’
In Den Bosch staat basisschool Het Bossche Broek, die zich
profileert als Zingenderwijs-school. Muziekdocent Annemien
van den Dool staat er drie ochtenden in de week voor de
klas; alle kinderen vanaf groep 3 krijgen les van haar
volgens de methode Stepping Tones (zie Tips). ‘Helaas zijn
wij als school hierin uniek’, vertelt ze. ‘Mijn lessen zijn
gebaseerd op de gedachte dat alle kinderen kunnen zingen.
Wel moet je zo vroeg mogelijk beginnen met het uitbouwen van
hun innerlijke klankvoorstelling.’
Ik teken een trapje
Wat Annemien daarmee bedoelt illustreert ze aan de hand van
een eerste les aan groep 3. De leerlingen hebben de eerste
twee jaar natuurlijk wel gezongen, maar nu – na het
spelenderwijs inzingen – begint het echte werk. ‘Ik teken
een trapje op het bord, met do-re. En ik vertaal dat meteen
ook lichamelijk: bij do houd je je handen bij je navel, bij
re houd je ze voor je borst. Luisteroefeningen maken een
vast deel uit van de les; ook daarbij moeten kinderen met
hun hand aangeven waar een noot ‘zit’. Dat moet er op den
duur in slijten. Dat gaat beter wanneer je van
bewegingselementen gebruik maakt. Elke les heeft dan ook een
vaste opbouw, waarin alle onderdelen telkens aan bod komen.’
In de lessen van twintig minuten krijgen ook ritmes oefenen,
improviseren en melodieën zingen een plaats. Dat is kort.
‘Die keuze hebben we gemaakt omdat de concentratieboog bij
jonge kinderen nog niet groot is. Maar je kunt veel doen in
die twintig minuten, onder andere door die vaste lesopbouw.
De leerlingen weten precies waar ze aan toe zijn, en het
gaat er vrij gedisciplineerd aan toe. Ook de hogere groepen
blijven de zanglessen leuk vinden. Ze zijn er helemaal
vertrouwd mee geraakt.’
Leerkrachten hebben het druk
De groepsleerkracht is in principe altijd aanwezig bij de
lessen. Zo kan die zien hoe de kinderen zich ontwikkelen, en
dat Pietje die niet zo best is in rekenen in de muzieklessen
hoge ogen gooit. Idealiter borduren de groepsleerkrachten op
de twee ochtenden dat Annemien van den Dool afwezig is
ritmisch of melodisch voort op haar lessen, maar dit lijkt
te hoog gegrepen. Annemien van den Dool: ‘Dat snap ik wel,
want leerkrachten hebben het erg druk en niet iedere
leerkracht heeft vanuit zichzelf iets met muziek. Ik vind
dat jammer, ik probeer daar wel naartoe te werken.’ Het
intensieve muziekonderwijs maakt Het Bossche Broek
aantrekkelijk; vrij veel ouders blijken hun kind om die
reden bij de school aan te melden. De effecten van het
zangonderwijs zijn te zien op het vlak van sociale
vaardigheden, aldus Annemien van den Dool. ‘Kinderen durven
meer van zichzelf te laten horen en zien, ze staan soms in
hun eentje voor de klas te zingen. Dan verbazen de ouders
zich erover dat hun Maarten of Heleen zoiets durft.’
Structurele aanpak kost geld
Dat alleen rijke scholen een dergelijk intensief
muziekprogramma kunnen opzetten is onjuist. Het is vooral
een kwestie van prioriteit waaraan je als school geld wilt
besteden. Veel scholen vinden het opzetten van structureel
muziekonderwijs voor alle klassen in alle leerjaren te
moeilijk, aldus Patricia Smulders, coördinator Zingenderwijs
bij Kunstfactor. De stichting Zingenderwijs heeft tot doel
een netwerk op te bouwen van basisscholen en
kinderdagverblijven die zich willen profileren door speciale
aandacht voor muziek. ‘Basisscholen krijgen voor
cultuureducatie jaarlijks een bedrag van €10,90 per
leerling, wat geoormerkt geld is binnen de zogeheten
‘lump-sum’ financiering. Vaak worden de activiteiten
uitbesteed aan culturele instellingen, wat in de regel een
eenmalige activiteit als een toneelvoorstelling of concert
oplevert. Dat kost namelijk niet veel voorbereidingstijd.
Pas wanneer dit bedrag wordt aangevuld met geld uit eigen
middelen kun je als school ook kiezen voor een structurele
aanpak zoals Zingenderwijs. De ervaringen op Het Bossche
Broek leren ons dat je voor een structurele aanpak van
muziekonderwijs actieve en bevlogen docenten nodig hebt,
plus een schoolbestuur dat zo’n aanpak steunt.’ Een aantal
scholen in Nederland zit op deze lijn. Zo is in
Noord-Brabant vier jaar geleden een project gestart dat op
dezelfde gedachten stoelt: methodisch gericht gestructureerd
muziekonderwijs in de basisschool. Zeven scholen zijn nu
hiermee succesvol bezig. Deze voorbeelden zijn niet uniek,
maar staan helaas nog te veel op zichzelf.
Vrije School: elke dag zingen
Op de basisscholen in het Vrije-Schoolonderwijs zingen de
kinderen elke dag, van de kleuterklas tot klas 6, die op de
‘gewone’ basisschool groep 8 heet. Deze gewoonte wordt
voortgezet op de middelbare vrije school, waar de leerlingen
naast de gewone muzieklessen wekelijks ‘koor’ hebben. Aan
het eind van hun schooltijd zijn de leerlingen in staat om
met elkaar muziek van een behoorlijk niveau uit te voeren,
bijvoorbeeld het Requiem van Fauré of de Dreigroschenoper
van Kurt Weill. Wilna Schippers is leerkracht op de Rudolf
Steinerschool in De Bilt, een basisschool. ‘Zonder zingen
een schooldag beginnen is voor mij een gemiste kans. Zingen
doet wat met de kinderen. Als ze ’s ochtends vanuit
verschillende situaties de klas in komen zorgt het voor een
gemeenschappelijk begin. Je doet even allemaal hetzelfde bij
de start van een gezamenlijke leerdag.’ Wát de kinderen op
de Vrije School zingen, hangt af van hun leeftijd en van het
seizoen. De kleuters zingen werk-, speel- en herhalende
liedjes. In de zomer gaan die over de boer die zaait, oogst
en dorst. In het najaar bijvoorbeeld over de bakker die met
het gemalen meel het brood bakt. Met steeds terugkomende
bewegingen zijn deze liedjes een bron van plezier voor de
kinderen.
Driestemmig zingen in klas 6
Leg je bijvoorbeeld in klas 3 van de Vrije School je oor te
luisteren, dan hoor je volksliedjes uit diverse landen. De
leerlingen van klas 4 – in de leeftijd van negen en tien
jaar – willen op eigen benen staan en zichzelf tegenover het
geheel positioneren: tijd voor de canon. Schippers: ‘Ik
hoorde vanochtend de juf van klas 3 vertellen dat haar
leerlingen om canons vragen. Dat past mooi, zo tegen het
eind van de derde klas.’ In klas 5 worden de liedjes
tweestemmig en in klas 6 driestemmig. Rond de verschillende
jaarfeesten die op de Vrije Scholen gevierd worden, leren
alle kinderen bijpassende liedjes. Over Sint Joris en de
draak, of over het oplaaiende vuur van het zomerse Sint
Jansfeest. Alle kinderen van klein naar groot zingen die uit
volle borst mee. Ook de toonsoort waarin de kinderen zingen
verandert. ‘Kleuters en klas 1 zingen in een pentatonische
zetting (5 tonen). De melodie is ijl en blijft open. In
groep 4 komt daar de grondtoon bij en vanaf groep 5 wordt de
‘gewone’ kerktoonsoort gebruikt, waarin je steeds op de
grondtoon terugkomt. Stevig, zoals bij een kind van 9 jaar
of ouder hoort.’
Maakt muziek slim?
Michel Hogenes wil de komende jaren in zijn
promotieonderzoek haarfijn nagaan hoe muziekeducatie de
ontwikkeling van kinderen beïnvloedt. Hogenes is bestuurslid
van de Stichting Zingenderwijs, voorzitter van de Gehrels
Vereniging (zie kader) en heeft jarenlange ervaring als
muziekdocent in het basis- en voortgezet onderwijs.
Momenteel is hij als muziekdocent en onderzoeker werkzaam
aan de Pabo en het Kenniscentrum Jeugd en Opvoeding van de
Haagse Hogeschool. Daarnaast is hij docent pedagogiek en
psychologie aan het Rotterdams Conservatorium. ‘Ik ben ervan
overtuigd dat muziek meer voor de ontwikkeling van kinderen
kan betekenen dan alleen het leren van muzikale kennis en
vaardigheden. De vraag is echter of muziek kinderen
werkelijk slimmer maakt zoals de Duitse hoogleraar Bastian
in zijn onderzoek [Musik(erziehung) und ihre Wirkung]
beweert. Dit onderzoek is in Nederland bekend geworden onder
de titel ‘Muziek maakt slim’. De wetenschappelijke evidentie
voor deze stelling is heel mager. Ik wil daarover het naadje
van de kous te weten komen.’
Nieuw: improviseren en componeren
In zijn onderzoek zal Hogenes een methode ontwikkelen om de
muzikale ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen. Ook
gaat hij twee vormen van muziekonderwijs met elkaar
vergelijken. ‘Het traditionele concept van muziekonderwijs
is vooral gericht op het reproduceren van wat anderen hebben
geschreven. Maar er bestaat ook een meer
ontwikkelingsgerichte benadering waarbij kinderen ook
improviseren, componeren en reflecteren. De Guildhall School
of Drama & Music in Londen heeft een interessante methodiek
ontwikkeld die inmiddels ook zijn weg naar Nederland heeft
gevonden. Componeren en improviseren voeren hierin de
boventoon. We zullen zeker gebruik maken van de in Engeland
opgedane ervaring.’ Hogenes zal vervolgens de effecten van
beide methodes meten. ‘Ik hoop daarmee de kennis over dit
onderwerp een stapje verder te brengen, want de bestaande
kennis is te beperkt en eenzijdig. Het blijft overigens wel
de vraag of we het vak muziek moeten legitimeren met
buitenmuzikale effecten. Zouden we niet moeten kunnen
volstaan met de intrinsieke waarde die muziek heeft?’
Buitenschoolse voorbeelden met invloed
Met het zangonderwijs op de Nederlandse basisscholen is het
zijns inziens maar matig gesteld. ‘Vaak heerst er op scholen
het idee: muziek moet leuk zijn en vanzelf gaan. Maar het is
ook een kwestie van hard werken, er in investeren.’ Gelukkig
kent hij ook diverse positieve voorbeelden, zoals de
hierboven genoemde. Zingenderwijs-school Bosschebroek en het
zangonderwijs op veel Vrije Scholen. Ook op buitenschools
gebied zijn er veel goede voorbeelden die invloed hebben op
de situatie binnen de scholen. Denk maar aan de Limburgse
Koorschool Cantarella die onlangs in de prijzen viel tijdens
het Europese Muziekfestival in het Belgische Neerpelt. En
natuurlijk is er de Kinderkoor Academie Nederland dat onder
meer een prachtig Koninginnedagconcert verzorgde. ‘Ik had
het voorrecht om het concert in het werkpaleis van de
Koningin bij te wonen. Inmiddels heb ik heel wat mensen
gesproken die de uitzending op de televisie hebben gezien en
onder de indruk waren van de mogelijkheden die de kinderstem
biedt.’
Klagen heeft geen zin
Dat Stichting Kinderopvang Nederland (SKON)
peuterspeelzaalleidsters laat bijscholen om met de kinderen
muziek te kunnen maken en zingen vindt Michel Hogenes een
prima initiatief. ‘Hieraan kun je merken dat steeds meer
mensen het belang van goed muziekonderwijs inzien.’ De
Gehrels Vereniging probeert samen met de Stichting
Zingenderwijs een vuist te maken voor beter muziekonderwijs
aan kinderen in de leeftijd 0 tot en met 12 jaar. Het heeft
volgens Hogenes echter geen zin om te klagen over de huidige
situatie. Het is veel belangrijker te zoeken naar nieuwe
kansen en mogelijkheden. ‘Muziek is een fantastisch vak;
kinderen vinden het heerlijk om te zingen, te spelen op
instrumenten en naar muziek te luisteren. Het is onze taak
leerkrachten, schoolleiders, maar ook de onderwijsinspectie
en de overheid van het belang van goed muziekonderwijs te
overtuigen. ’
Bron: Zing Magazine
(nr. 22 - door Diet Scholten) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Tips
|
|
| |
|
|
| |
Stepping Tones
De zangmethode Stepping Tones is ontwikkeld door Wilko
Brouwers – een van de initiatiefnemers van Zingenderwijs –
en bouwt voort op de ideeën van de Amerikaanse
muziekpedagoge Justine Ward (1879-1975). Zij vond dat
muziekonderwijs meer is dan leren zingen. Met deze methode
leren kinderen ook luisteren naar muziek, noten lezen en een
instrument bespelen. Zo ontwikkelen ze al doende hun
muzikaliteit. www.wardcentrum.nl
Gehrels Vereniging en tijdschrift de Pyramide
De Gehrels Vereniging is bedoeld voor iedereen die betrokken
is bij muziekonderwijs aan kinderen van 0-12 jaar. De
vereniging organiseert studiedagen en congressen en geeft
het muziekpedagogische tijdschrift De Pyramide uit. Het blad
verschijnt vijf keer per jaar, inclusief twee cd's, en bevat
onder andere lesmateriaal, liedbijlage, recensies en
achtergrondartikelen over onderwijsbeleid en
muziekdidactiek. Abonneren kan via
www.gehrelsmuziekeducatie.nl"
Liedbundels Vrije School
De Gouden Poort bevat meer dan 170 liedjes voor peuters en
kleuters in de pentatonische toonsoort voor alle
gelegenheden waar met kleine kinderen gezongen wordt. [Ik
ben een zeemanskind], is een bundel voor kinderen van zes
tot negen jaar met ongeveer 120 nieuw gecomponeerde liedjes,
volksliedjes, spelletjes en multiculturele liedjes, uit
onder andere Turkije, Marokko en Suriname. Bij beide boeken
hoort een dubbel-cd met gezongen versies van de liedjes, een
praktisch hulpmiddel voor leerkrachten en ouders. Madeleine
Ingen Housz verzamelde 172 meerstemmige liederen en canons
voor kinderen van 9 tot 14 jaar in de bundel Over de Stroom
met didactische aanwijzingen en accoordbegeleiding. Het boek
is ook zeer geschikt voor volwassenenkoren en kan gebruikt
worden bij allerlei zanggelegenheden, dankzij de drie- en
vierstemmige niet al te moeilijke liedzettingen. Een set van
drie cd’s met enthousiasmerende opnamen van de liederen is
los verkrijgbaar.
De Gouden Poort
Liedjes voor peuters en kleuters, Beatrijs Gradenwitz en Petra Rosenberg,
uitg. Christofoor Zeist € 18,50. Dubbel-cd voor leerkrachten
en ouders € 18,50.
Ik ben een zeemanskind
Liedjes voor kinderen van zes tot
negen jaar van Beatrijs Gradenwitz en Petra Rosenberg, uitg.
Christofoor Zeist € 18,50. Dubbel-cd voor leerkrachten en
ouders € 18,50.
Over de Stroom
Liederen voor kinderen van 9 tot 14 jaar, Madeleine Ingen Housz, uitg. Christofoor Zeist € 24,90. Set
van 3 cd’s € 24,90. Genoemde boeken en cd’s zijn o.a. te
bestellen via bol.com.
|
|
| |
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
| |
Artikelen Zoeken
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Artikelen Aanmelden
|
|
| |
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
|
|
|
|
|
| |
| |
|
|
|