|
|
De wetenschap: 'Zingen komt de gezondheid ten goede'. De
praktijk: Zingen maakt je anders. En het kan je betoveren,
maakt je tot een ander (beter) mens. Conclusie: Zingen is
een ervaring van geluk! Zingen heeft iets van toveren.
Incantare, enchantment, charme, carmen – in sommige talen is
het duidelijk, dat liederen, het zingen, oorspronkelijk
hetzelfde waren als toveren en bezweren. Dit artikel gaat
over passie. Over verleiding, magie, roes, weemoed, heimwee,
de honger naar en de droom over een beter leven als mens.
Liederen kunnen als wapens zijn waarmee men vijanden
bezweert, verlamt, geesten oproepen en verdrijven kan, regen
kan maken, hele werelden nieuw kan scheppen. U zult merken
dat zingen een bepaalde werking heeft. En is het niet meteen
op uw toehoorders, dan wel zeker op uzelf.
Hoofd
U heeft zeker al gemerkt dat tijdens het zingen de adem
dieper en intenser is, dat uw stembanden op een andere
manier trillen dan tijdens het spreken. Maar het grootste
verschil speelt zich af in uw hoofd. Voorin, in uw
voor-hoofd, wordt het beloningssysteem geactiveerd; verder
naar binnen wordt het hormoon oxytocine aangemaakt – een
stof, die o.a. het geheugen en het sociale hechtingsproces
beïnvloedt. Gelijktijdig dalen door het zingen de
concentraties van de hormonen die u vatbaar maken voor
agressie en stress.: testosteron en cortisol. Dit alles
gebeurt in een mum van tijd; u zult reeds na enkel
coupletten de werking ervan voelen, gelijktijdig met een
soort roes, veroorzaakt door het diep inademen en opnemen
van extra kool-dioxide in uw bloed. En als u nu, in roes van
CO2 en het gelukshormoon, nog wat langer doorzingt, dan
verhoogt u tevens ook nog de concentratie van afweerstoffen
zoals immunglobuline A in uw bloedbaan – u versterkt op deze
manier uw immuunsysteem. Door regelmatig te zingen worden er
meer verbindingen in de hersenen aangelegd. U wordt door te
zingen niet alleen evenwichtiger en vredelievender, maar ook
nog gezonder en slimmer. Dit is geen journalistenfabeltje.
Het is een wetenschappelijk bewezen feit.
Sedert enige tijd wordt de magie van het zingen opnieuw
ontdekt door medici, pedagogen en psychologen, die tijdens
hun onderzoek vaak naar ongebruikelijke methodes grijpen. Ze
nemen speekselmonsters van koor-zangers, voor en na de
uitvoering van het Mozart-Requiem. Ze meten de
hormoonspiegel van amateur- en beroepszangers. Ze
vergelijken de stem-omvang van weinig en veel zingende
kinderen, onderzoeken de schoolre-sultaten van kinderen, die
veel of weinig op zang toegespitst muziekonder-wijs volgen.
En ze verkondigen, in tests en interviews, hoe regelmatig
zingen werkt op geest en ziel, op concentratievermogen,
stressresistentie, sociaal gedrag en algeheel welbevinden.
Levenselixer
De bevindingen van de onderzoekers hebben bijna iets
hymnisch: zingen is een levenselixer, een “gezondheids-stimuleringsmiddel”.
Naar muziek luisteren haalt het niet bij het zelf zingen:
degene die zingt, versterkt niet alleen zijn lijf, hij leert
ook beter zijn gevoelens te kanaliseren. En wie zijn
kinderen regelmatig oproept om te zingen, hoeft zich geen
zorgen te maken over de schoolcarrière van die kinderen:
'Als alle kinderen vanaf groep 1 tot groep 8 van de
basisschool een half tot een uur per dag zingend zouden
doorbrengen, dan zouden er veel minder kinderen met
gedragsproblemen kampen.' Dit schrijft Karl Adamek,
psycholoog, liedtherapeut en auteur van een onderzoek over
de heilzame werking van zingen. 'We luisteren te weinig naar
de wetenschappers. In de westerse wereld met zijn rijkdom,
zijn we verworden tot een ontwikkelingsland als het op
zingen aankomt.' Deze constatering komt van Hermann Rauhe,
voormalig directeur van Hamburger Musikhochschule. Van alle
kanten hoor je dezelfde geluiden van organisaties,
muziekdocenten en stemdeskundigen: scholieren en studenten
die in de pauzes hun iPod in hun oren stoppen, maar
nauwelijks een melodie kunnen nazingen. Jonge kinderen die
in de onderbouw van de basisschool altijd dezelfde liedjes
zingen omdat de leerkracht niet kundig is. De gevolgen van
het ontbreken van zang op school, houden reeds medici bezig:
in Leipzig bestudeert stemdeskundige Michael Fuchs het
toenemend aantal kinderen met weggekwijnde stembanden.
Niet cool
Kinderen vinden in het algemeen zingen niet cool. De meeste
ouders hebben ook al jaren hun zangstem niet gebruikt en
vormen als zodanig niet het goede en te volgen voorbeeld.
Enkel met carnaval wil men zichzelf nog wel eens
verloochenen en een poging wagen; een soort uitdrukking van
collectieve emotie. Voor de rest houdt men de mond, ook al
is de situatie geschikt om een lied aan te heffen. Ook
tijdens demonstraties; iedere keer als in het journaal
betogende vakbonden worden getoond, dringt zich de vraag op
wanneer de massa eindelijk een lied aanheft na eerst alle
fluitjes uit de mond te hebben genomen en alle
scandeerpartijen te hebben ge-staakt. Een protestsong zou
wellicht op alle fronten meer heil brengen.,
Overeenkomsten
Mensen zingen al zolang ze in staat zijn gericht tonen over
hun lippen te krijgen. Alle volkeren, alle culturen hebben
in ieder periode een schat aan liefdesliedjes,
strijdliederen, slaap-, oogst-, drink- en dansliederen,
arbeids-gezangen, lofgezangen en rouwgezangen geproduceerd.
Er zijn er veel aanleidingen om de stem te verheffen en de
mensen die zingen hebben veel overeenkomsten; ze maken in
alle tijden, in ieder levensfase dezelfde eigen-aardige
verandering mee van lichaam en ziel. Iemand die zingt,
stijgt boven zichzelf uit, raakt 'buiten zichzelf'. Hij
zorgt ervoor dat hij gehoord wordt, verder dan de reikwijdte
van zijn normale spreekstem en dat niet alleen in
akoestische zin. Ieder Sjamaan, iedere priesteres weet dat
het gezang bruggen slaat tussen hemel en aarde, geesten mild
stemt of goden aanroe-pen kan, die eens de wereld hebben
geschapen met de macht van hun gezang, zoals veel
scheppingsverhalen van veel volkeren omschrijven.
Pas door gezang krijgt een ceremonie haar magische kracht.
Maar ook het gezang ontwikkelt zijn werking meestal pas in
het kader van een gemeen-schappelijk gecelebreerd ritueel.
Het bezweert niet alleen goden en geest-en, maar bevestigt
en versterkt vooral de saamhorigheid van mensen, bij een
regendans in de Afrikaanse savanne net zo goed als bij een
christelijke oogstdankviering.
Solisten
Zingen is 'een daad van emotionele identificatie'. Het
schept evenwicht, roept overeenstemming en harmonie op in
een groep. Ook dat verlangt van degene die meezingt een
omschakeling: degen die met anderen de stem verheft, moet
iets van zichzelf prijsgeven, moet voor een bepaalde tijd
zijn intellect tot zwijgen brengen, binnen bepaalde grenzen
zelfs zijn individua-liteit opgeven. Misschien is dat nu net
de bepalende reden, waarom mensen tegenwoordig minder zingen
dan vroeger. Wij westerlingen zijn al lang solis-ten
geworden, in een wereld zonder magie, in een volledig
doorgerationa-liseerde wereld waarin we werken en leven.
Onze hele wereld is, waar mogelijk, gemechaniseerd en
geïndustrialiseerd. Is het nu aan de lopende band, op de
steiger, in een grote bureauruimte – overal draait,
sorteert, typt en denkt iedereen voor zichzelf. De moderne
diensten-, kennis-, en handelsmaatschappij brengt geen
gezangen meer voort. Welk lied moeten de medewerkers van een
callcentrum inzetten? Welk de caissière in de supermarkt? Of
de deelnemer aan een redactievergadering? Ook buiten de
werksituatie vormen zich nog nauwelijks spontane
zanggroepen. In de keuken, waar vroeger clans van families,
tantes en oma's samenwerkten, kletsten, ruzie maakten en
zongen, bedient tegenwoordig een eenzame huisvrouw de
huishoudelijke apparatuur. In de kerk krijgen we de mensen
ook niet aan het zingen.
Gevoelens
En families en gezinnen, die niet alleen regelmatig
gezamenlijke maaltijden gebruiken, maar ook hun
verbondenheid aansluitend bekrachtigen met gezang, zijn
deels bewonderde, deels uitgelachen uitzonderingen. Degene
die zingt, geeft iets van zichzelf op. Vooral kinderen
voelen dit precies aan. Zij groeien op in een maatschappij,
die meer waarde hecht aan controle dan aan overdrijving en
zij registeren al vroeg, dat men tijdens het zingen
gevoe-lens en gevoeligheden toont, die in het dagelijkse
leven gewoonlijk verbor-gen blijven. Zij maken mee dat de
volwassenen in hun omgeving weliswaar veel waarde hechten
aan musiceren voor de algemene ontwikkeling, maar dat ze in
gegiechel vervallen wanneer ze tijdens schoolfeesten worden
uitgenodigd mee te zingen. In de media zien we zangers vaak
alleen maar als solisten, die hun succes te danken hebben
aan techniek en een opge-poetste show. Degene die niet
perfect is, staat in zijn hemd en maakt zich tot een object
van hilariteit, volgens de media. In programma’s als Idols
worden tijdens de voorrondes vaak kandidaten getoond die
zichzelf onster-felijk belachelijk maken. Dit werpt het
beeld op dat zingen in het openbaar een pijnlijke en
beschamende vertoning oplevert die beter beperkt kan blijven
tot de eigen wc of badkamer. Dan houd je maar beter meteen
de mond…
Leren zingen
Met het zingen is het al bijna net als met de natuur en de
ongerepte wilder-nis: het is weliswaar nog niet direct met
uitsterven bedreigd, maar het gedijt ondertussen alleen nog
in reservaten, sociale en muzikale biotopen. Mensen die
regelmatig overvallen worden door de lust om te zingen,
sluiten zich vroeg of laat aan bij een koor. Het zingen in
een vereniging of in andere vaste formaties heeft in het
westen een rijke, bijna 200 jaar lange traditie; in bij
voorbeeld Duitsland zingen 850.000 mensen in ongeveer 30.000
koren en ensembles. Koren zijn verzamelplaatsen van degenen
die mooi kunnen zingen - of tenminste een beetje mooi kunnen
zingen. Maar waar leer je zingen, als je het niet van nature
kunt of van huis hebt meegekregen? Basisscholen zouden de
ideale plekken kunnen zijn, om zonder angst voor een blamage
de eerste vreugdevolle ervaringen met de eigen stem op te
doen. In sommige landen behoort zingen tot de normale
schooldag, net als de schoolbel en het speelkwartier. In
Hongarije zijn leerkrachten in de onderbouw van de
basisschool heel vaak gespecialiseerd in het geven van
muziekles aan jonge kinderen. In Zweden staat regelmatig
koorzang op het lesrooster. Misschien is dit een van de
redenen dat in deze landen nog altijd meer volwassenen
zingen dan in de meeste andere westerse landen, ter-wijl
zeker de Zweden niet achterlopen op sociaal en
maatschappelijk ge-bied….(!) Ze zijn net zo
geïndividualiseerd en modern als de overige landen in het
Westen.
Canon
Ook op het conservatorium blijven veel zaken onderbelicht.
Men leert hoe men een sonate van Beethoven moet
interpreteren, hoe een opera van Wagner te analyseren, de
omvang van een fagot en wat het wezenlijke is van
gamelanmuziek. Maar wat men er niet leert: hoe men kinderen
van 12 jaar een canon moet aanleren. Dat vond en vindt men
nog altijd niet belang-rijk genoeg. Nog altijd leren maar
weinig (muziek)leraren en opvoeders tijdens de studie hoe
men met de eigen stem om gaat, laat staan hoe men leert
anderen hun stem te gebruiken... Zelfs in de opleiding van
muziekdo-centen speelt het zingen nog altijd een
onderschikte rol. De klachten over dit gebrek worden steeds
luider, en hopelijk komt er nu eindelijk beweging in de kijk
en visie op muziek maken en zingen in het bijzonder. Het zou
zo moeten zijn dat mensen en bewegingen opstaan die
initiatieven ontplooien die er voor zorgen dat zingen weer
een bestanddeel wordt van het dagelijkse leven. Zingen in
scholen, verenigingen en gezinnen.
Kinderkoor
Als je naar een kinderkoor luistert begrijp je: zingen is zo
natuurlijk als ademen en praten. Als je mensen wil laten
zingen, moet je hun begeesteren, zowel in de kerk als in een
stadion. Als je zingt, geef je iets van jezelf prijs. Daarom
houden mensen in het leven van alledag liever de mond.
Zingen kan sterke gevoelens naar boven halen.
Oorspronkelijke titel: “Aus voller Kehle!”
Bron: tijdschrift GEO – das neue Bild der Erde 3, maart 2007
Auteur: Johanna Romberg vertaling Ine Janssen-Widdershoven |
|