HOTLINKS

VOCAL PLAZA! - LEESTAFEL

 
Het is zo gemakkelijk. Het doet zo goed. Het stimuleert - zoals deskundi-gen  ons verzekeren - zelfs de gezondheid en de intelligentie. Waarom hebben we dan de zin in het zingen verloren? Hoogste tijd dat we het weer leren, zeggen musici en pedagogen. Hoe de betovering van het gezang opnieuw een onderdeel kan worden van ons dagelijks leven.

  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
Zing mee met SuperVoices
ZinGdex
Zing.nl LedenService
Vocale abonnementen
Koorarrangementen
   

Uit Volle Borst!

 
       
     

Schilderij 'Uit volle borst' van Judith Stam


De wetenschap: 'Zingen komt de gezondheid ten goede'. De praktijk: Zingen maakt je anders. En het kan je betoveren, maakt je tot een ander (beter) mens. Conclusie: Zingen is een ervaring van geluk! Zingen heeft iets van toveren. Incantare, enchantment, charme, carmen – in sommige talen is het duidelijk, dat liederen, het zingen, oorspronkelijk hetzelfde waren als toveren en bezweren. Dit artikel gaat over passie. Over verleiding, magie, roes, weemoed, heimwee, de honger naar en de droom over een beter leven als mens. Liederen kunnen als wapens zijn waarmee men vijanden bezweert, verlamt, geesten oproepen en verdrijven kan, regen kan maken, hele werelden nieuw kan scheppen. U zult merken dat zingen een bepaalde werking heeft. En is het niet meteen op uw toehoorders, dan wel zeker op uzelf.

Hoofd
U heeft zeker al gemerkt dat tijdens het zingen de adem dieper en intenser is, dat uw stembanden op een andere manier trillen dan tijdens het spreken. Maar het grootste verschil speelt zich af in uw hoofd. Voorin, in uw voor-hoofd, wordt het beloningssysteem geactiveerd; verder naar binnen wordt het hormoon oxytocine aangemaakt – een stof, die o.a. het geheugen en het sociale hechtingsproces beïnvloedt. Gelijktijdig dalen door het zingen de concentraties van de hormonen die u vatbaar maken voor agressie en stress.: testosteron en cortisol. Dit alles gebeurt in een mum van tijd; u zult reeds na enkel coupletten de werking ervan voelen, gelijktijdig met een soort roes, veroorzaakt door het diep inademen en opnemen van extra kool-dioxide in uw bloed. En als u nu, in roes van CO2 en het gelukshormoon, nog wat langer doorzingt, dan verhoogt u tevens ook nog de concentratie van afweerstoffen zoals immunglobuline A in uw bloedbaan – u versterkt op deze manier uw immuunsysteem. Door regelmatig te zingen worden er meer verbindingen in de hersenen aangelegd. U wordt door te zingen niet alleen evenwichtiger en vredelievender, maar ook nog gezonder en slimmer. Dit is geen journalistenfabeltje. Het is een wetenschappelijk bewezen feit.
Sedert enige tijd wordt de magie van het zingen opnieuw ontdekt door medici, pedagogen en psychologen, die tijdens hun onderzoek vaak naar ongebruikelijke methodes grijpen. Ze nemen speekselmonsters van koor-zangers, voor en na de uitvoering van het Mozart-Requiem. Ze meten de hormoonspiegel van amateur- en beroepszangers. Ze vergelijken de stem-omvang van weinig en veel zingende kinderen, onderzoeken de schoolre-sultaten van kinderen, die veel of weinig op zang toegespitst muziekonder-wijs volgen. En ze verkondigen, in tests en interviews, hoe regelmatig zingen werkt op geest en ziel, op concentratievermogen, stressresistentie, sociaal gedrag en algeheel welbevinden.

Levenselixer
De bevindingen van de onderzoekers hebben bijna iets hymnisch: zingen is een levenselixer, een “gezondheids-stimuleringsmiddel”. Naar muziek luisteren haalt het niet bij het zelf zingen: degene die zingt, versterkt niet alleen zijn lijf, hij leert ook beter zijn gevoelens te kanaliseren. En wie zijn kinderen regelmatig oproept om te zingen, hoeft zich geen zorgen te maken over de schoolcarrière van die kinderen: 'Als alle kinderen vanaf groep 1 tot groep 8 van de basisschool een half tot een uur per dag zingend zouden doorbrengen, dan zouden er veel minder kinderen met gedragsproblemen kampen.' Dit schrijft Karl Adamek, psycholoog, liedtherapeut en auteur van een onderzoek over de heilzame werking van zingen. 'We luisteren te weinig naar de wetenschappers. In de westerse wereld met zijn rijkdom, zijn we verworden tot een ontwikkelingsland als het op zingen aankomt.' Deze constatering komt van Hermann Rauhe, voormalig directeur van Hamburger Musikhochschule. Van alle kanten hoor je dezelfde geluiden van organisaties, muziekdocenten en stemdeskundigen: scholieren en studenten die in de pauzes hun iPod in hun oren stoppen, maar nauwelijks een melodie kunnen nazingen. Jonge kinderen die in de onderbouw van de basisschool altijd dezelfde liedjes zingen omdat de leerkracht niet kundig is. De gevolgen van het ontbreken van zang op school, houden reeds medici bezig: in Leipzig bestudeert stemdeskundige Michael Fuchs het toenemend aantal kinderen met weggekwijnde stembanden.

Niet cool
Kinderen vinden in het algemeen zingen niet cool. De meeste ouders hebben ook al jaren hun zangstem niet gebruikt en vormen als zodanig niet het goede en te volgen voorbeeld. Enkel met carnaval wil men zichzelf nog wel eens verloochenen en een poging wagen; een soort uitdrukking van collectieve emotie. Voor de rest houdt men de mond, ook al is de situatie geschikt om een lied aan te heffen. Ook tijdens demonstraties; iedere keer als in het journaal betogende vakbonden worden getoond, dringt zich de vraag op wanneer de massa eindelijk een lied aanheft na eerst alle fluitjes uit de mond te hebben genomen en alle scandeerpartijen te hebben ge-staakt. Een protestsong zou wellicht op alle fronten meer heil brengen.,

Overeenkomsten
Mensen zingen al zolang ze in staat zijn gericht tonen over hun lippen te krijgen. Alle volkeren, alle culturen hebben in ieder periode een schat aan liefdesliedjes, strijdliederen, slaap-, oogst-, drink- en dansliederen, arbeids-gezangen, lofgezangen en rouwgezangen geproduceerd. Er zijn er veel aanleidingen om de stem te verheffen en de mensen die zingen hebben veel overeenkomsten; ze maken in alle tijden, in ieder levensfase dezelfde eigen-aardige verandering mee van lichaam en ziel. Iemand die zingt, stijgt boven zichzelf uit, raakt 'buiten zichzelf'. Hij zorgt ervoor dat hij gehoord wordt, verder dan de reikwijdte van zijn normale spreekstem en dat niet alleen in akoestische zin. Ieder Sjamaan, iedere priesteres weet dat het gezang bruggen slaat tussen hemel en aarde, geesten mild stemt of goden aanroe-pen kan, die eens de wereld hebben geschapen met de macht van hun gezang, zoals veel scheppingsverhalen van veel volkeren omschrijven.
Pas door gezang krijgt een ceremonie haar magische kracht. Maar ook het gezang ontwikkelt zijn werking meestal pas in het kader van een gemeen-schappelijk gecelebreerd ritueel. Het bezweert niet alleen goden en geest-en, maar bevestigt en versterkt vooral de saamhorigheid van mensen, bij een regendans in de Afrikaanse savanne net zo goed als bij een christelijke oogstdankviering.

Solisten
Zingen is 'een daad van emotionele identificatie'. Het schept evenwicht, roept overeenstemming en harmonie op in een groep. Ook dat verlangt van degene die meezingt een omschakeling: degen die met anderen de stem verheft, moet iets van zichzelf prijsgeven, moet voor een bepaalde tijd zijn intellect tot zwijgen brengen, binnen bepaalde grenzen zelfs zijn individua-liteit opgeven. Misschien is dat nu net de bepalende reden, waarom mensen tegenwoordig minder zingen dan vroeger. Wij westerlingen zijn al lang solis-ten geworden, in een wereld zonder magie, in een volledig doorgerationa-liseerde wereld waarin we werken en leven. Onze hele wereld is, waar mogelijk, gemechaniseerd en geïndustrialiseerd. Is het nu aan de lopende band, op de steiger, in een grote bureauruimte – overal draait, sorteert, typt en denkt iedereen voor zichzelf. De moderne diensten-, kennis-, en handelsmaatschappij brengt geen gezangen meer voort. Welk lied moeten de medewerkers van een callcentrum inzetten? Welk de caissière in de supermarkt? Of de deelnemer aan een redactievergadering? Ook buiten de werksituatie vormen zich nog nauwelijks spontane zanggroepen. In de keuken, waar vroeger clans van families, tantes en oma's samenwerkten, kletsten, ruzie maakten en zongen, bedient tegenwoordig een eenzame huisvrouw de huishoudelijke apparatuur. In de kerk krijgen we de mensen ook niet aan het zingen.

Gevoelens
En families en gezinnen, die niet alleen regelmatig gezamenlijke maaltijden gebruiken, maar ook hun verbondenheid aansluitend bekrachtigen met gezang, zijn deels bewonderde, deels uitgelachen uitzonderingen. Degene die zingt, geeft iets van zichzelf op. Vooral kinderen voelen dit precies aan. Zij groeien op in een maatschappij, die meer waarde hecht aan controle dan aan overdrijving en zij registeren al vroeg, dat men tijdens het zingen gevoe-lens en gevoeligheden toont, die in het dagelijkse leven gewoonlijk verbor-gen blijven. Zij maken mee dat de volwassenen in hun omgeving weliswaar veel waarde hechten aan musiceren voor de algemene ontwikkeling, maar dat ze in gegiechel vervallen wanneer ze tijdens schoolfeesten worden uitgenodigd mee te zingen. In de media zien we zangers vaak alleen maar als solisten, die hun succes te danken hebben aan techniek en een opge-poetste show. Degene die niet perfect is, staat in zijn hemd en maakt zich tot een object van hilariteit, volgens de media. In programma’s als Idols worden tijdens de voorrondes vaak kandidaten getoond die zichzelf onster-felijk belachelijk maken. Dit werpt het beeld op dat zingen in het openbaar een pijnlijke en beschamende vertoning oplevert die beter beperkt kan blijven tot de eigen wc of badkamer. Dan houd je maar beter meteen de mond…

Leren zingen
Met het zingen is het al bijna net als met de natuur en de ongerepte wilder-nis: het is weliswaar nog niet direct met uitsterven bedreigd, maar het gedijt ondertussen alleen nog in reservaten, sociale en muzikale biotopen. Mensen die regelmatig overvallen worden door de lust om te zingen, sluiten zich vroeg of laat aan bij een koor. Het zingen in een vereniging of in andere vaste formaties heeft in het westen een rijke, bijna 200 jaar lange traditie; in bij voorbeeld Duitsland zingen 850.000 mensen in ongeveer 30.000 koren en ensembles. Koren zijn verzamelplaatsen van degenen die mooi kunnen zingen - of tenminste een beetje mooi kunnen zingen. Maar waar leer je zingen, als je het niet van nature kunt of van huis hebt meegekregen? Basisscholen zouden de ideale plekken kunnen zijn, om zonder angst voor een blamage de eerste vreugdevolle ervaringen met de eigen stem op te doen. In sommige landen behoort zingen tot de normale schooldag, net als de schoolbel en het speelkwartier. In Hongarije zijn leerkrachten in de onderbouw van de basisschool heel vaak gespecialiseerd in het geven van muziekles aan jonge kinderen. In Zweden staat regelmatig koorzang op het lesrooster. Misschien is dit een van de redenen dat in deze landen nog altijd meer volwassenen zingen dan in de meeste andere westerse landen, ter-wijl zeker de Zweden niet achterlopen op sociaal en maatschappelijk ge-bied….(!) Ze zijn net zo geïndividualiseerd en modern als de overige landen in het Westen.

Canon
Ook op het conservatorium blijven veel zaken onderbelicht. Men leert hoe men een sonate van Beethoven moet interpreteren, hoe een opera van Wagner te analyseren, de omvang van een fagot en wat het wezenlijke is van gamelanmuziek. Maar wat men er niet leert: hoe men kinderen van 12 jaar een canon moet aanleren. Dat vond en vindt men nog altijd niet belang-rijk genoeg. Nog altijd leren maar weinig (muziek)leraren en opvoeders tijdens de studie hoe men met de eigen stem om gaat, laat staan hoe men leert anderen hun stem te gebruiken... Zelfs in de opleiding van muziekdo-centen speelt het zingen nog altijd een onderschikte rol. De klachten over dit gebrek worden steeds luider, en hopelijk komt er nu eindelijk beweging in de kijk en visie op muziek maken en zingen in het bijzonder. Het zou zo moeten zijn dat mensen en bewegingen opstaan die initiatieven ontplooien die er voor zorgen dat zingen weer een bestanddeel wordt van het dagelijkse leven. Zingen in scholen, verenigingen en gezinnen.

Kinderkoor
Als je naar een kinderkoor luistert begrijp je: zingen is zo natuurlijk als ademen en praten. Als je mensen wil laten zingen, moet je hun begeesteren, zowel in de kerk als in een stadion. Als je zingt, geef je iets van jezelf prijs. Daarom houden mensen in het leven van alledag liever de mond. Zingen kan sterke gevoelens naar boven halen.

Oorspronkelijke titel: “Aus voller Kehle!”
Bron: tijdschrift GEO – das neue Bild der Erde 3, maart 2007
Auteur: Johanna Romberg vertaling Ine Janssen-Widdershoven

 
 
      
 

Artikelen Zoeken

 
 
De artikelen zijn gerangschikt onder een aantal rubrieken. Die rubrieken vindt u in het menu en op de index-pagina.
 
U kunt  ook op trefwoord zoeken. Hieronder kunt u de artikelen doorzoeken op één of meerdere trefwoorden. Scheid trefwoorden met een spatie!
 
 

 

 
 
 

Artikelen Aanmelden

 
 
  
Wij zijn altijd op zoek naar nieuwe artikelen. Heeft u zelf interessante leuke en/of verrassende artikelen over zingen - of heeft u daarvoor suggesties - en wilt u die delen met uw mede zing.nl'ers, laat het ons dan hier weten. Alvast bedankt!

 
 
 

VoicEmail

 
 
 
Op de hoogte blijven van het laatste vocale nieuws? Neem hier geheel vrijblijvend een gratis abonnement op VoicEmail, de e-mail nieuwsbrief voor Zingend Nederland.
 
 
      
 

 

 
 

 

   
 
 
 

Repertoire en Meer ...

 
      
 
 
Multi Mix Music biedt u een zeer uitgebreide collectie aan eigentijds en klassiek repertoire. Maar u kunt ook bij ons terecht voor Tipboeken, CD-consultancy en nog veel meer ... Bezoek daarom nu onze geheel vernieuwde site.
 
 
 
 

Voorbeeld uit Duitsland

 
     
   
     
  Toen Gerd-Peter Munden in 1999 begon als Domkantor in Braun-schweig was hij 33 jarige de jongste Domkantor van Duitsland voor de protestantse kerk. In een tijdsbestek van enkele jaren heeft hij de Dom-singschule tot een magneet gemaakt van de hele regio muziekminnende kinderen en jongeren. Op dit moment zingen ongeveer 700 in de 23 koren die hij met twee collega’s leidt. Er worden geen eisen gesteld aan talent noch geslacht: 'Iedereen is welkom, maar we eisen zoveel van ieder, dat ieder het beste uit zichzelf haalt.'. In de 'krabbelkantoreien' wordt dit motto nog soepel gehanteerd, maar de 5- en 6-jarigen leren hun stem te verkennen en hun omvang af te tasten; tijdens het inzingen jubelen zij zonder moeite in de hoogte, een hoogte die anders alleen door coloratuursopranen wordt bereikt. Veel leraren en zelfs koordirigenten hebben geen idee hoe hoog kinderen zingen kunnen en vooral willen zingen; ze laten ze liever in de gemakkelijke middenligging zingen en brommen. Dat belet kinderen niet alleen om de stralende kracht van hun stem te ontdekken, maar het verwoest, als ze altijd te hard zingen, in het ergste geval ook hun stembanden. Na twee jaar wisselen de kinderen van het krabbelkoor naar een kinderkoor, en wel opgesplitst in een jongens- of een meisjeskoor. Anders, zo leert de ervaring van de koordirigent, zouden de meisjes alleen overblijven als koorlid. Vanaf de leeftijd van 6/7 jaar gaan de meisjes en jongens meestal uit elkaar, hun beleving is anders; vooral jongens hebben de neiging alles als “meisjesgedoe” af te doen, alles wat niet gebouwd, geschopt als bal of met een joystick bediend wordt. Vooral zingen staat voor hun op de no-lijst. Net als blokfluiten en het voordragen van gedichten. Als jongens onder elkaar zijn, komen ze tot de ontdekking dat zingen niet alleen een mannenzaak, maar ook een echte sportieve uitdaging kan zijn. Wie kan het hoogste zingen? Wie kan het snelste van blad zingen? Wie zingt de meeste noten achter elkaar zonder lucht te happen? Het blijkt dat zelfs een goed team lang en hard trainen moet om een driestem-mig koorwerk foutloos te zingen. Maar wanneer het voor de eerste keer lukt, wanneer de afzonderlijke stemmen in harmonie samenklinken, dan is daar voor de deelnemers een belevenis dat maar een woord verdient: COOL. Vanaf 12 jaar zijn stem, notenleer en de begeestering voor muziek zo gevestigd dat meisjes en jongens weer samen kunnen zingen. Vanaf die tijd begint de serieuze repetitiearbeid voor concerten, waarnaar niet alleen welwillende familieleden en vrienden komen maar ook veeleisende liefhebbers van vocale muziek. Je zou zeggen dat zo’n jong koor niet bij de muziek past die het zingt. Het zijn doodnormale pubers, geen wereld-vreemde jonge mensen: jongens met caps en baseballshirts, meisjes met geëpileerde wenkbrauwen en (te) korte truitjes. Je zou je kunnen voorstellen dat deze kinderen in lachen zouden uitbarsten bij het lezen van de teksten die ze moeten zingen: “ Segen des Himmels, Segen der Erde, komm und erfülle uns, dass ein Morgen der Liebe werde….” En dit is alleen nog maar de tekst, de muziek is nog meer vervreemdend en ingewikkelder, onverwachte modu-laties, want het gaat hier om een modern werk, dat de dirigent zelf heeft geschreven. Natuurlijk wordt er geroddeld, gegiecheld en ook wel eens gegaapt, vooral wanneer de eerste sopraanpartij luisteren moet hoe de tweede sopraanpartij zes keer dezelfde maten oefent. Een koorlid, dat het niet meer ziet zitten, wordt er voor een paar minuten uitgestuurd. Maar dan geeft de dirigent een inzet aan die voor iedereen geldt en plotseling verandert de stemming in de zaal. Het gezang klinkt – neen, niet perfect. Ook niet engelachtig. Het herinnert je eraan dat zingen in wezen zo natuurlijk is als ademen en spreken.  
     
      
  ©  Niets uit deze site mag zonder toestemming worden gekopieerd
© ZING.NL -

TERUG NAAR PAGINA-TOP   |   PRINT PAGINA

Design: IMAE INFORMATIE INNOVATIE